OPGAVE EN BELEID

Duurzame vormen van energieopwekking worden steeds breder erkend als waardevol alternatief voor conventionele energiebronnen. De provincie Groningen is ambitieus voor wat betreft de transitie naar duurzame energie. Zonne energie vormt hierin een belangrijke component. Om onze ambitie vorm en inhoud te geven bieden wij op basis van ons beleid ruimte voor zonneparken.

Een zonnepark definieren wij daarbij als: “een ruimtelijk samenhangende, grondgebonden of drijvende installatie voor het opwekken van energetisch of thermisch vermogen uit zon, groter dan 200m2.”

Voor alle zonneparken is het uitganspunt om tot een voor de beoogde locatie passende omvang en inpassing te komen. Dit vraagt om maatwerk waarbij het principe van schaal bij schaal leidend is.

Op basis van de regels in de provincial omgevingsverordening dient er in een inrichtingsplan in ieder geval rekening te worden gehouden met achtereenvolgens:

a. de historisch gegroeide landschapsstructuur;          

b. de afstand tot andere ruimtelijke elementen;

c. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de voorzieningen voor de opwekking van zonneenergie.

DOEL EN GEBRUIK HANDREIKING

Met de handreiking geven wij een nadere toelichting op de voorwaarden die de Provinciale Omgevingsverordening stelt ten aanzien van inpassingsplannen voor zonneparken. De handreiking bevat dus geen nieuwe regels maar geeft uitleg hoe aan deze voorwaarden kan worden voldaan.

Dit doen we door de meest relevante ontwerpvragen te benoemen en door ontwerpbouwstenen te beschrijven die helpen bij het beantwoorden van deze vragen.

Het biedt overheden en initiatiefnemers houvast bij hun respectievelijke rollen in het beoordelen en ontwikkelen van plannen. De vragen en bouwstenen richten zich op het ruimtelijk ontwerp en zijn derhalve doelbewust kwalitatief geformuleerd. Ze geven ruimte voor interpretatie en vormen een basis voor gesprek over de invulling van plannen.

RUIMTELIJKE INPASSING

Een goede ruimtelijke inpassing heeft te maken met de wijze waarop een zonnepark ruimtelijk logisch aansluiting vindt bij de kenmerken van de plek waar deze beoogd wordt.

Dit vraagt telkens om andere oplossingen en een voor die plek passend plan. Iedere plek heeft daarbij zijn eigen verhaal en kenmerken zoals bebouwingsstructuren, verkavelingspatronen en landschapselementen. Hiervoor is het relevant om op drie nauw met elkaar samenhangende schaalniveaus, te weten: het landschap, de kavel en het object een aantal ontwerpvragen te stellen. Per schaalniveau zijn de meest relevante ontwerpbouwstenen benoemd die met een niet uitputtende lijst ontwerpvragen tezamen houvast bieden bij het ontwikkelen van het inpassingsplan.

ONTWERPBOUWSTENEN

SCHAAL BIJ SCHAAL (OMVANG IN VERHOUDING)

Op het niveau van het landschap is de cruciale vraag hoe de omvang van een zonnepark zich qua maat en schaal ruimtelijk tot de beoogde locatie verhoudt. Het gaat om het vinden van het optimum op basis van het principe van schaal bij schaal. Dit komt er op neer dat een klein zonnepark bij een klein dorp past, terwijl bij een stedelijke kern of een industriegebied in principe ook een groter zonnepark mogelijk is. Het optimum zal voor het ene dorpstype anders uitpakken dan voor het andere en vraagt om een analyse en afweging van geval tot geval. Voor wat betreft incidentele los in het landschap liggende zonneparken geldt, vanwege het cumulatieve effect dat er in open landschappen een beperkt aantal grote zonneparken beter inpasbaar is dan een groot aantal kleine. Voor besloten landschappen geldt het omgekeerde. Over het algemeen geldt dat een groter zonnepark een grotere inspanning vraagt om goed bij de omgeving te kunnen aansluiten.

LIGGING & BEGRENZING

Op het niveau van de kavel is de exacte locatie van een zonnepark bepalend voor de wijze waarop het zich in de aanwezige ruimtelijke hoofdstructuur voegt. Deze hoofdstructuur wordt ingegeven door de karakteristieken van de in Groningen aanwezige verschillende deelgebieden, landschaps- en dorpstypen. De manier waarop de aansluiting van een zonnepark op de omgeving wordt benaderd is cruciaal voor een goede inpassing. De keuze hierin wordt sterk bepaald door het karakter en de functie van de omgeving waarop wordt aangesloten. De aansluiting op een open landbouwperceel vraagt een andere benadering dan de overgang naar een bebouwingslint of fietsroute. In alle gevallen gaat het om het vinden van een invulling die meerwaarde oplevert en daarmee een goede inpasing in de omgeving waarborgt. Dit kan uiteenlopende vormen aannemen zoals, een brede sloot met rietoevers, een groenstrook, een houtsingel, een bloemrijke akkerrand, een boomgaard of een verlengde tuin. Direct omwonenden en locale belangenorganisaties kunnen hiervoor belangrijke inhoudelijke inbreng leveren. Gerelateerd aan de aansluiting vraagt een zonnepark om een ‘adres’. Een als herkenbare entree vormgegeven gebied geeft betekenis aan deze plek en bepaald het gezicht van het park.

INVULLING & UITSTRALING

Op het objectniveau zijn de invulling en uitstraling van het zonnepark relevant. Dit heeft betrekking op een aantal verschillende aspecten zoals de exacte ligging, orientatie en hoogte van clusters zonnepanelen als ook de ordening, vormgeving en materialisering van de trafo’s, verdeelstations en eventuele hekken.

Project gegevens

Locatie: Provincie Groningen

Opdrachtgever: Provincie Groningen

Jaar van ontwerp: 2016

Team: Mathijs Dijkstra, Nanne Bouma, Michaël Rouwendaal

In samenwerking met: Libau 

Kernwoorden: landschappelijke-plannen / strategische-plannen / verkennen / analyse / expertise

Overige projecten